Hoe het zo is gekomen
Zoeken
De laatste tijd denk ik regelmatig aan mijn vader.
Toen die aan het doodgaan was.
Ik studeerde al in Amsterdam maar reisde regelmatig naar Eindhoven om hem op te zoeken.
Tijdens een van die ziekenhuisbezoekjes zei mijn vader, dat er in het ziekenhuis van de patiënten werd gestolen.
Door het personeel.
Ik geloofde het niet.
Nu kan ik me wel voor mijn kop slaan want niet alleen is het tegenwoordig meer ‘algemeen bekend’ dat dit gebeurt – ik heb er zelf ook mee te maken gehad.
In het Kuuroord, waar we onze kamer niet konden afsluiten en in die kamer niet eens een afsluitbare kast hadden, verdween regelmatig iets.
Wanneer een patiënt het waagde daar wat van te zeggen, was de reactie steevast, dat patiënt “nog maar eens goed moest zoeken”.
Mij is het ook zélf overkomen.
Op 19 november was ik jarig.
Toen ik de verplegersruimte binnen kwam, kreeg ik een doosje bonbons.
Dat was mijn buurvrouw-vriendin E. speciaal de dag ervoor komen brengen met de opdracht het me pas op mijn verjaardag te geven.
Ik zette het doosje in mijn kast, ging een ommetje maken, kwam terug en: wég bonbons.
Vertrouwd als ik al was met de “goed zoeken”-smoes, heb ik niet eens geklaagd.
E. heb ik het nooit verteld.
Ik vond het lullig tegenover haar, na al die moeite.
Wel kijk ik nu anders terug op wat mijn vader me destijds vertelde.
En voel ik me daar rot over.
(en nee – E. leest me hier niet)
Uit het hart gegrepen
Kattenmoeder
De konijnenmoeder in mij heeft geregeld dat er woensdag iemand komt om de konijnenren beter te beveiligen.
De kattenmoeder, die los van alle zorgen toch al niet goed slaapt, probeert elke nacht vanaf even na middernacht of de slaap spontaan komt (quod non) en als ze dan toch gaat piekeren helpt het niet als Babypoes de hort op is.
Er zijn nachten (zoals laatst) dat de poes om half 1 bij me op bed komt liggen en dan slapen we samen in en wanneer ik om drie uur wakker word, is ze weer weg.
Ok.
Is niet de ideale situatie maar ‘ik teken ervoor’.
Vannacht komt ze ook om half 1 binnen.
Snackt wat Perfect Fit en vleit zich dan naast me op bed.
Ik probeer de piekergedachten die me hoe dan ook bekruipen wat te sussen en me te focussen op: Babypoes is vroeg thuis gekomen en nu gaan we in elk geval twee uur samen slapen.
Helaas.
Nog geen half uur later is ze weer vertrokken.
Zodat rusteloze ik vijf minuten later ook maar is opgestaan.
Nu is het twee uur.
Zodat ik moe, maar gespannen (dus niet echt ‘moe’) dadelijk toch maar weer een poging ga doen.
Kom op, poes, zou ik willen zeggen, hoe moeilijk kan het zijn: half 1 op bed komen tot drie uur.
Als je je vrouwtje daar nou blij mee maakt?
[Babypoes kwam vannacht om 5 voor 4 thuis]
Ongeneeslijk
Drie maanden en tien dagen noteer ik dagelijks wat ik eet (en hoe laat) en hoeveel ik die dag weeg.
Het resultaat?
Nul.
Ik kom niet aan, maar ik val ook niet af.
Als ik wél wil afvallen moet ik dus én op dieet én gaan bewegen als in exercise.
Dat staat me tegen.
Dus modder ik tegen beter weten in verder.
Omdat ik op dezelfde golflengte zit als deze kat.

Folie! Folie!
Met ondertiteling voor de beginnende opera-kijkster
Moederleed
Behalve kattenmoeder, ben ik ook konijnenmoeder.
Grootste zorg: dat ze uitbreken (gaas is in-gegraven maar niet ook nog onder gegraven).
Omdat ze wel uit de hand een snack willen aannemen maar niet zijn gewend aan tuttelen, pak je ze niet zomaar op.
Eenmaal ontsnapt is dus… probleem.
Woensdag breken Lucky en Engel uit en gaan ‘spelen’ op het grasveld van de overbuurman – ze steken daarbij een weg over die niet druk is maar auto’s *die* er rijden, doen dat hárd.
Buurman slaagt erin ze te vangen en terug te zetten.
Escape dicht hij.
Twee dagen later kom ik ze tegen in de tuin wanneer ik ze ontbijt wil brengen.
Hellup, buurman! die vangt Lucky maar moet dan naar zijn werk.
Engel weet intussen dat ze op haar hoede moet zijn dus drie volle dagen rent die vrolijk rond, etend ‘off the land’ tot buurman ook haar vangt.
Eindelijk rust, denk ik.
Tegen beter weten in want net zie ik Engeltje een nieuwe escape graven direct naast de oude! Die dicht ik nog, maar hier moet grondig worden ingegrepen!!
Want dát stuk ren grenst aan de straatkant zodat ik nu weer de hele nacht in gedachten stervende konijntjes zal vinden bij het licht worden.
Kan niemand me helpen? jazeker! mijn tuinman! Die riep ik woensdag ook meteen te hulp!
Maar die komt pas 19 augustus.
Dus weer een help-me-app gestuurd naar buurman die nu, weet ik, in Amsterdam ergens zit te dineren.
Soms denk ik: zo’n konijn in een mini-hokje op tegels, das wel makkelijker.
Maar dat doe ik een konijn niet aan.
Yep

Plastisch
Een paar weken geleden ben ik gevallen, o.a. op mijn gezicht.
Viel reuze mee, wel een kleine hechting die intussen is verwijderd.
Vandaag was ik bij de huisarts voor iets anders.
Die stelde vast dat de hechting een klein bobbeltje had achtergelaten en zei dat hij me daarvoor naar een plastisch chirurg kon verwijzen.
“En dan ook meteen botox,” zei ik en we moesten allebei lachen omdat hij me kent als iemand die niet aan dergelijke uiterlijkheden hecht.
Vandaag vraagt een aardige, jongere, mooie buurvrouw hoe het gaat.
Doelend op de smak en de gevolgen.
Ik vertel wat de dokter (volgens mij: grappend) zei.
Maar zij neemt het serieus en zegt: doen.
Ik wijs haar erop dat ik 75 ben en al heel lang niet meer jong en mooi en dat ik óók al heel lang geen man meer heb en die ook niet *wil*.
Jamaar, zegt zij… als ik het wél doe, staan ze dadelijk weer in rijen voor mijn deur.
Waarmee ze vermoedelijk een beeld schildert waarvan zij nog vele jaren voor zichzelf droomt en dat mij vooral koude rillingen bezorgt.
Korter?
Ik heb me geabonneerd op de wekelijkse Nieuwsbrief van Kirsten Verdel.
Hierin volgt ze Trump.
Wie ze ook volgt: Kirsten Verdel.
Waarbij het lijkt of de Nieuwsbrief steeds meer over háár en steeds minder over hém gaat.
Zij is een interessante vrouw en mn wil ik ooit horen hoe zij toch al die series in 1 jaar kijkt, maar als ik every move she makes had willen volgen, had ik me dáár wel op geabonneerd.
Vandaag in de Volkskrant, die krant van ‘kon het niet wat korter’, een drie pagina lang artikel over Trump.
Twee journalisten schreven een boek over zijn tweede termijn.
Zeer onthullend moet dat boek zijn.
Zodat(?) het artikel vooral gaat over hoe ze te werk zijn gegaan.
Leuk voor sommige ándere journalisten misschien.
Minder boeiend voor wie iets meer wil weten over Trump.
Ik besluit de Verdel-Nieuwsbrief nog een paar keer aan te zien.
Ga er na 1-2 x echt lezen de laatste tijd sowieso al diagonaal doorheen.
Een andere journalistieke ‘kijk mij eens’-Nieuwsbrief heb ik vorige week al opgezegd.
Vind het alleen een beetje flauw om zonder dat nader te beargumenteren hier nu de naam van die figuur te gaan droppen.
En wil het zelf ook niet te lang maken, hè.
Kind en kraai
Ooit, zo’n 50 jaar geleden, had ik een aantal zeer rijke vrienden.
Dat was niet mijn eigen verdienste: ik had een relatie met één van hen en maakte zo een tijdje deel uit van de club.
Het contact verwaterde, en aan de één hield ik betere herinneringen over dan aan de ander.
Hoewel ze nooit echt een vriendin was: Marjolein mocht ik graag.
Dus nu ik af en toe eens google op mensen van vroeger, google ik ook op haar.
En vind in Quote een artikel dat me misselijk maakt.
Het blijkt dat Marjolein, die nóg rijker was dan ik al dacht, het kapitale pand aan de Prinsengracht dat zij weer had geërfd van haar ouders, heeft nagelaten aan elf goede doelen.
Mooi van haar.
Nu Quote, die haar omschrijft als iemand die “kind noch kraai” had.
“Overigens zal de koper niet louter een goed gevoel en een warm hart aan de koop overhouden.
Turnkey is dit monumentale pand namelijk allerminst. Losse vloerplanken, afbladderende verf, een zeer gedateerde keuken en ja, ook vertrekken waar sprake lijkt van vochtschade; we zien het allemaal voorbij komen.”
Als ik dit valse tekstje lees ben ik blij dat ik niet rijk en ook niet bekend ben.
Het enige dat Lein en ik gemeen hebben zijn die “kind noch kraai” want Babypoes en vier leuke konijnen zullen in de ogen van Quote wel niet tellen als iets van waarde.
Verlies
Na een bodemloze middagdut (een vrouw moet óóit een paar uur slaap pakken) sta ik op en ga plassen in de badkamer.
Waar ik in het bad een jong dood muisje zie liggen.
Gevangen en doodgemarteld door Babypoes en blijkbaar snél dood want dan vindt ze er niks meer aan en eet ze de prooi niet eens op.
Arm muisje. Denk ik.
En: arm moedermuisje?
Hóuden moedermuizen eigenlijk van hun kinderen?
“Moederdieren zoals muizen voelen geen menselijke liefde, maar ze hebben een sterk zorginstinct en bewijzen dit door hun jongen te beschermen, te voeden en warm te houden.”
Nog een vraag: missen ze hun kind als het wordt weggehaald?
“Muizen denken niet zoals mensen. Ze hebben geen besef van een toekomst of een langdurig verlies.
Als je jonge muizen weghaalt, raakt de moeder wel in de war.
Haar lichaam reageert met stresshormonen en ze kan onrustig gaan zoeken.”
En dan zat ik laatst te zeuren over zielige visjes die werden opgehengeld en weer terug gegooid…
🙁
Via FB

To sleep or not to sleep
Nog steeds: not, in mijn geval.
Daarom op advies van schrijfster Nina Polak (in de Volkskrant) The Sleep Book van Guy Meadows aangeschaft.
Slot van dat artikel: slapeloosheid kan ze toch niet geheel onderdrukken.
Dus: “Ik doe alsof ik slaap. Het is rustgevend.”
Ik lees het boek dat eerst uitvoerig stilstaat bij wat allemaal *niet* helpt (wat ik al weet).
Dan op blz. 70 komt bij Meadows de aap uit de mouw en zijn aap heet Mindfullness.
Ik wéét dat er veel mensen zijn die daarbij zweren maar je hebt anderen zoals ik die alleen weerzin voelen.
Boek weggelegd.
Vier slapeloze nachten verder: boek weer gepakt en gelezen vanaf blz. 65.
Nog steeds vooral weerzin maar ivm de wanhoop over de slapeloosheid toch de gedachte het misschien maar te proberen.
Ik bevind me nu in week twee van de therapie.
(week één was op een rij zetten wat zinloze methoden waren)
Na vijf weken zou ik volgens Meadows genezen zijn.
Vijf lange weken vol prietpraat.
Maar stel dat het wél helpt?
Zit ik te aarzelen, nu midden in de nacht om vijf voor half vier.
Ik bezorg mezelf in elk geval nu al een shit nacht.
Komt lief Lexje bij uitzondering om half 1 al thuis en valt ze naast me in slaap, wordt ze wakker van mijn rusteloosheid en is ze nu op pad (weer een reden om dadelijk de slaap niet te kunnen vatten).
Vooral ben ik nijdig op Nina Polak.
Had er meteen bij gezet dat Mindfullness de Grote Truuk zou zijn dan had ik de aanschaf van dit boek niet eens overwogen!
Bijna-dood
Ik had 1 goede vriend.
Roelof.
Vanaf dat ik begin twintig was.
Hij was, zou je nu zeggen, mijn ‘bestie’.
En hij paste op mijn dieren en huis wanneer ik op vakantie was.
Tien jaar geleden vloog ik naar Salt Lake City.
Amper geland een kort berichtje van zijn broer: Roelof lag op de IC.
Verder niks.
Hoe vaak ik ook probeerde contact te zoeken.
Delta gebeld, vele uren in de wacht en toen een vlucht terug geboekt voor de volgende dag.
Nee, het liep niet goed af.
Bosom buddies
Er zijn mensen die decennia lang bevriend blijven met dezelfde personen.
Mij lukt dat niet.
Het contact verwatert, we gaan ons aan elkaar ergeren, we krijgen mot.
Of de ander gaat – wel na decennia – dood (wat mij niet kan worden verweten).
Meestal vind ik deze situatie ok.
Soms denk ik: zou toch wel leuk zijn, weer een (pen)vriendin.
Ik vraag AI om raad.
Die wil weten wat mijn opleiding is, wat me interesseert en nog zo wat.
Binnen een paar seconden heeft AI mijn profiel.
Ik lees het.
En denk: met die creep zou *ik* geen vriendjes willen zijn.
Hacks
De afgelopen maanden keek ik de series The Pitt seizoen 2, Lie to me (alle drie de seizoenen), The Lincolm Lawyer (alle vier de seizoenen).
Nu dacht ik: Hacks.
De eerste drie seizoenen keek ik al een tijdje terug en daaraan had ik goede herinneringen.
Seizoen 4 en 5 ronden de serie af.
Volgens AI is Hacks “een grappige serie met scherpe dialogen”.
Waarom maakt seizoen 4 me dan opeens zo verdrietig? Dat herinner ik me nl niet van de eerdere seizoenen.
Het ligt aan mij, leid ik af uit het antwoord van AI.
Hacks is *grappig*! Hacks is *om te lachen*.
Eigen poging tot een verklaring dan maar.
De hoofdpersoon Deborah is van mijn leeftijd.
Eigenlijk is ze passé maar ze doet er alles aan om het nog 1x te maken.
Ik heb met haar te doen.
Ik identificeer me ook met haar (hoewel zij het idd máákt en ik al heel lang niet meer).
Verder ligt het vast allemaal aan mij.
Momenten van triomf gaan langs me heen, rampen voel ik in mijn hart.
Jean Smart is natuurlijk een fenomenale actrice.
On line is men het niet eens of ze de chirurg iets aan haar gezicht heeft laten doen. Zelf vind ik de rimpels in haar bovenlip authentiek en mooi.
Vanavond (ik kijk alleen ‘s avonds series) ga ik verder met seizoen 4.
Half enthousiast-blij, half beetje angstig.
Babypoes!

Toen Loki’s liefje ruim 5 jaar geleden bij ons introk, heette ze Lex.
Zo had haar familie (mijn buurvrouw) haar genoemd.
Naar die naam luisterde ze niet.
Ik probeerde SuzyQ (baby I love you!) zoals in het liedje.
Zong dat regelmatig voor haar: “I like the way you talk! I like the way you walk”.
Zinloos. SuzyQ werd het evenmin.
De laatste maanden geef ik toe aan mijn gevoelens (wel ja, waarom niet).
Dus zeg ik “Babypoes” tegen haar en “schatje” en “liefie”.
Bingo.
“Babypoes” beklijft.
Ik zeg niet dat ze komt aanhollen als ze toevallig drie straten verderop is. Maar indien dichterbij kijkt ze me aan en kómt.
Idd hard hollend.
Nu nog moed verzamelen om wanneer ze weer eens op sjouw is dat op straat het dorp in te gaan schreeuwen.
“Babypoes! Babypoes!”
Juist

- 1
- 2
- 3
- …
- 744
- Volgende »

