Ik heb twee setjes konijnen.
Eén in de achtertuin, één naast het huis.
Van het setje naast het huis ging ooit, een jaar of vijf geleden, het mannetje dood.
Buren wilden graag het andere konijn, het vrouwtje, hebben.
Voor hun dochter.
Ik regelde bij een opvang een partner en liet de buren beloven dat het stel een ruime buitenren in hun grote tuin zou krijgen.
De ren werd een mini-optrekje en toen het vrouwtje-konijn dood ging werd het mannetje, dat de naam Caruso had gekregen, een solo levend binnenkonijn.
Mijn zachte en minder zachte aandrang om er een vriendin bij te nemen (konijnen zijn groepsdieren) werd weg-gewimpeld: Caruso was gelukkig zoals-ie was.
Met de dochter als maatje.
Toen kreeg de dochter een vriend waar ze steeds vaker was en waar ze tenslotte bij introk.
Caruso meenemen was geen optie, daarvoor was het huis van de vriend te klein.
Dús levert ze de nog steeds kleine man (hoe oud zal hij zijn? vier?) zaterdag in bij een asiel.
Of ik afscheid wil nemen.
Ja zeg ik.
Hoewel ik het hóe niet direct voor me zie.
Maar ze belooft langs te komen met het konijn in een kooitje.
Waarna ze het in de auto van de vriend zal zetten en dan óp naar het asiel waar zij, verwacht ze, vast zal gaan huilen.
Ik hoop dat ik het zelf droog houd.
Schuldgevoel leidt immers ook tot prik-oogjes.





Ooit verkocht ik (o.a.) boekenleggers.
