Ik heb een gigantisch groot huis geërfd van mijn man (de realiteit was ietsje anders).
Het huis lijkt op het gebouw aan de Prinsengracht van de rechtbank (met hof) destijds.
Ik gebruik er 1 kamer.
Mij wordt duidelijk dat de rest van het gebouw door het personeel wordt schoongehouden, alleen mijn kamer niet.
Ik spreek een vrouw erop aan.
Ze doet verontschuldigend.
Maar ik word me heel erg bewust dat ik de vreemde eend ben die ongewenst is.
Het huis/gebouw staat te koop.
Er loopt een makelaar rond met kijkers.
Even denk ik: kan ik dit huis hóuden. Maar dat is ondenkbaar.
Het beste moment: wanneer ik een vrouw die bij het schoonhoudpersoneel hoort ervan overtuig dat ik niet raar niet eng niet te pesten ben maar dat ze ook mijn kamer kan schoonmaken.
Als ze wil natuurlijk.
(wat een rare droom – zowel mbt die rijkdom die mijn man niet had, verre ván
* nog wel ‘gelijkend’: de hartgrondige haat van de rest van de familie die mij wegwierp en -stootte
* helemaal niet ‘waar’: een verzoening – die is er nooit van gekomen)
Geef een reactie