Vanochtend ben ik bij de Plusmarkt op een tijdstip waarop ik verwacht dat er nog niet teveel andere mensen zijn maar dat de schappen wel zijn aangevuld.
Het is 9.15 uur en ik heb het op beide punten mis.
De paar dingen die ik in mijn hoofd had om te kopen die ik me herinner zijn er niet, alternatieven schieten me niet te binnen.
Naast mij, langs mij, dwars door mij heen lopen mensen met een verdwaasde blik én een boodschappenlijstje.
Ik neem me voor het volgend jaar ook zo te doen, in elk geval dat lijstje.
Ik koop het eten voor de dieren.
Dat lijstje zit stevig in mijn kop.
Ik koop een doosje gerookte amandelen = mijn noodpakket als ik verder niet wil koken maar toch iets moet eten.
Ik zoek naar de rösti-zonder-extra maar die verkoopt de Plusmarkt niet meer.
In de hal aarzel ik of ik in de rij zal aansluiten bij de tafel waar de bakker appelflappen verkoopt.
Ach lamaar – ik heb niks te vieren.
Héél even voel ik iets dat doet denken aan zelfmedelijden.
Ik sjor mezelf er rap weer uit omhoog want zelfmedelijden is voor watjes en we kopen er (nu: letterlijk) niks voor en bovendien is na vanavond alles weer voorbij en hervat zich en hervat ook ik het gewone leven.
Nog acht uur verplicht wakker blijven en dan slechts 1 nachtje slapen.
Geef een reactie