Iemand die me erg dierbaar is, is dood.
Niet onverwacht, wel snel.
Ik krijg een rouwkaart met als contactadres zijn dochters (studentes van begin 20) die ik niet ken.
Wel uit zijn verhalen, maar niet zélf.
Ik denk: ik moet iets schrijven. Ik wil ook iets schrijven.
Maar wát.
Ik probeer me te herinneren aan welke condoleance-brieven ik iets had toen Lodewijk dood ging.
Een ‘veel sterkte’? Een ‘mijn eigen verdriet is groot’? Een ‘opgehaalde herinnering’?
Voor zover ik het me herinner:
‘veel sterkte’ ervaarde ik als goed bedoeld, maar wat koop ik ervoor.
‘mijn eigen verdriet is groot’ kwam (meest) over als ego-gejammer van de scribent die geen enkel besef had dat hoezeer zij/hij een verre kennis/collega ook zou gaan missen, dat gemis háálde het niet bij het mijne.
De ‘opgehaalde herinnering’ dan.
Die vond ik het fijnst. Mn als ze me iets (positiefs) vertelden over Lodewijk dat ik nog niet kende.
Maar wát ik zou waarderen bleken weer alleen diegenen aan te voelen die ook mij een beetje kenden.
Andere herinneringen vielen vaak fout.
Misschien kun je beter niet te erg over zoiets nadenken maar het meteen spontaan dóen.
Helaas is dat moment van spontaniteit nu een gepasseerd station.
Ik (we) wilden je nog bedanken voor het kaartje. Sorry dat ik dat hier zo doe. We waren van plan om bedankkaartjes te sturen maar konden ons er niet zo goed toe zetten. Ik weet dat jullie redelijk veel contact hadden en dat hij op u gesteld was. Ik wilde daarom toch nog iets laten horen, anders doen we jullie vriendschap niet genoeg recht leek me.
Liefs,
Sophie