Edita Gruberova begon haar carrière als een spichtig meisje.
Tot zeker 40 bleef ze superslank (hoewel ze twee kinderen had gehad – bij Netrebko was 1 kind al voldoende om vet te worden).
Tot eind vijftig (afgaand op de foto’s en de videoclips) bleef Frau Gruberova ‘een maatje méér’ dus niet meer 36-38 maar 42-44.
Ergens begin zestig werd ze dikkig.
Allemaal geen ramp en daar gaat het verder ook niet over.
Ze is nog steeds geen monsterlijk dikke pad met 5 onderkinnen en bokkenpootjes en gewoonlijk worden haar extra kilo’s met flatteuze kledij handig weggewerkt.
Waarover ik het wél wil hebben: een beetje zangeres in een dramatische opera knalt aan het eind tegen de vloer.
Hárd.
Meestal krankzinnig geworden en dan ook nog dood.
Dat doet ze nog steeds zéér soepel.
Terwijl ik denk: ik zou het niet durven en dus ook niet kunnen.
Ik zou mezelf willen remmen door mijn handen uit te strekken. Of ik zou plat op m’n smoel gaan niet wetend hóe goed te vallen.
Net zie ik een opname van vorig jaar.
Hij begint met Edita Gruberova op haar knieën.
Ze zingt, ze acteert en ik denk: hoe sjorren ze haar in vredesnaam straks overeind?
Op iets na zeseneenhalve minuut is het zover.
De mezzo (tevens haar rivale maar dat weet ze dan nog niet) reikt haar de hand en ze staat op.
Alsof het niks is.
Misschien zijn haar botten steviger dan die van de gemiddelde zestigjarige vrouw.
Of ze oefent erop? Niet alleen de toonladders maar ook opstaan en vallen?
Waarom wordt dát nou nooit eens gevraagd in een interview.
Geef een reactie