Ik ben panisch voor de telefoon.
(en nog wat dingen maar in elk geval óók voor de telefoon)
Ik kom terug uit Amerika en ik moet bellen.
O.a. naar een politieman die me al ruim een maand geleden mailde of ik hem wou bellen (nee) en die toen bij R. opeens aan de deur stond met een collega.
Waarna hij nóg een mail stuurt – of ik wou bellen.
Dus mail ik hem vanochtend om kwart over zeven: waar het over gaat of dat hij me daar soms mee wil overvallen en dan als in L&O kijken hoe ik reageer.
Hij mailt een half uur later terug dat het gaat over fraude die met mijn paspoort lijkt te zijn gepleegd, dat ik geen verdachte ben maar dat ik naar het bureau moet komen.
Ivm “losse eindjes”.
Ik denk ‘in gotsnaam’ en bel en hij neemt op “met John” wat ik nogal informeel vind en we spreken af voor donderdagochtend.
Ik heb morgen een afspraak met mijn mondhygiëniste maar ik heb wat medische problemen dus moet ik afbellen.
Om exact 9 uur bel ik af (na 3x in gesprek) en leg uit waarom en dat ik pas een nieuwe afspraak kan maken als ik weet wat mijn probleem precies IS.
Ik bel de doktersassistente en maak een afspraak voor woensdag 8 uur (ze zijn dinsdag gesloten).
Ik leg uit wat ik heb (wat haar ernstig lijkt maar misschien zegt ze dat als een ‘je zeurt écht niet’) en ik krijg een invaldokter.
Man of vrouw, vraag ik.
Vrouw. Dat vind ik prettig.
Waarna ik denk dat ik op deze manier nooit met mijn eigen huisarts ga bonden aangezien ik nu al jaren óf de tijdelijke arts-in-opleiding of een invaller zie.
Met R. mail ik de hele dag.
Wel tien keer.
Blijkbaar zit er een grens aan wat ik als beller kan behappen.
Geef een reactie