Ik kijk naar buiten en zie de zwarte kat (waarover binnenkort meer) verwachtingsvol omhoog kijken.
Ongeveer anderhalve meter boven de grond hangt een diertje ondersteboven in een rozenstruik.
Het schemert en ik denk: vleermuis? Maar wat een rare plek.
Ik ga naar buiten: mus.
Pootje ergens in geklemd. Bloed.
Ik probeer hem los te maken. Lukt niet.
Ik haal een tang en knip de takjes rondom hem weg.
Wel vijf takjes. Hij zit echt verward in van alles en nog wat aan nieuw hout, oud hout, gevallen takjes en draden.
Mus mee naar binnen, studie ervan gemaakt.
Meer wegknippen. Voorzichtig takjes eruit trekken.
Mus zet de snavel ferm in mijn trui. Das ok.
Ik wurm verder en denk dat het nooit meer goed komt.
Pootje zit echt helemaal vast en er is zoveel bloed.
Ik haal weg wat ik kan. Ik houd een kleine wirwar over.
Meer knippen durf ik niet. Trekken evenmin.
Ik draag de mus naar buiten en probeer hem in het bakje met viooltjes te zetten.
Mus zet de snavel in de huid tussen mijn duim en wijsvinger alsof hij denkt: als ik maar goed doorbijt komt alles goed.
Ik denk: afwachten. Kalm blijven. Soms beweeg ik even en knauw! doet de mus.
Niet leuk.
Ik loop iets verder de tuin in en dan gaat het écht pijn doen en probeer ik toch het snaveltje los te wurmen.
Mus maakt zich los en ik stel me in op: valt neer. Of: draait een paar wanhopige rondjes en stort dan neer.
Maar mus vliegt doelgericht naar een dakpan net boven de rand van de dakgoot van Lyda en duikt daaronder.
Daar woont-ie dus.
Ik kijk naar ‘m uit morgenochtend.
èn, was-ie er nog vanochtend, na al je goede zorgen?
Hij heeft naar me gezwaaid
Lief!!!!! Qua actie zowel onverbeterbaar als onontkoombaar…..