Nog drie kerstkaarten te gaan.
Nee, jij zit daar niet bij want die drie mensen lezen me niet.
1) moet ik alleen nog maar even een origineler tekst voor bedenken dan ‘fijne feestdagen’ – moet lukken.
2) ben ik straal vergeten hoe de voornaam van haar man precies is dus wacht ik af tot haar kaart in de bus valt (met daarop ook de naam van die man) zodat ik dan alsnog kan sturen
3) dilemma.
Nummer drie is iemand die ik al sinds m’n 20e ken, met wie ik soms meer, soms minder contact heb en de laatste tijd steeds minder.
Kerstkaarten sturen, dat doen we nog wel.
Tot niet zo lang geleden ook vakantiekaarten maar dat is er de laatste jaren geleidelijk uit gegaan.
Eergisteren valt zijn kaart in de bus.
Leuk bedachte maar niet speciaal voor mij bedoelde tekst.
Ondertekend door: voornaam achternaam.
Mm.
Zó erg zijn we elkaar toch ook niet uit het oog verloren dat ik opeens niet meer zou weten wie hij is zonder zijn achternaam erbij?
Zeker aangezien zijn voornaam niet bepaald alledaags is.
Ik mail R. (die deze man ook kent en hem vaker ziet dan ik): raar, joh! Bij mij staat de achternaam erbij!
R. mailt terug: bij mij ook.
Dát is raar. Zou de tekst zijn voorgedrukt?
R. hanteert een loep. Inderdaad.
Totaal voorgedrukte kaart.
Alleen het adres op de enveloppe was met de hand geschreven.
Nou ik weer. Terugsturen bedoel ik.
Een kaart met een leuke hond erop misschien (hij heeft niets met honden).
Of een religieuze tekst (hij gelooft niet).
Of zelf wél een aardige persoonlijke kaart.
Of helemaal niets.
Vandaar: dilemma.
Gewoon een aardige persoonlijke kaart, je hebt er al zo lang over nagadacht dan mag ie dat wel weten ook. Ik ga er dit jaar ook een paar sturen naar een paar mensen. Nee, geen zin maar als ik het gedaan heb weet ik dat ik me beter voel.