Vandaag begin ik aan mijn allerlaatste leenpuzzel.
Zodra ik de doos opendoe word ik er verliefd op. Wat een leuke stukjes, wat een warme kleuren.
Móói is deze puzzel. Hij ruikt zelfs lekker.
Net wat ik nodig heb.
Dus zoek ik naar de rand en dan naar de rand direct ná de rand.
Een verkleurd post-it-velletje waarop een puzzelstukje is getekend snap ik niet en negeer ik.
Maar dan, na anderhalf uur puzzelen, stuit ik op een namaak-puzzel-stukje dat vermoedelijk een ontbrekend stukje moet vervangen.
Diepe teleurstelling.
En: zo is het zinloos.
Want het doel van een puzzel is dat de stukjes in elkaar passen.
Alsof je op die manier je leven in elkaar kunt laten passen.
Nou ja, op z’n minst even rust kunt vinden.
Maar rust-met-een-stukje eruit, dat bestaat niet.
Dus breek ik de rand weer af en doe de puzzel terug in de doos.
Morgen kan-ie terug naar de eigenaar.
Geef een reactie