R. en ik waren vanochtend weer bij Ranzijn.
Er waren erg veel leuke kattenmandjes te koop.
Ik maakte dus ook erg veel foto’s. Hieronder een kleine selectie.
Rik is back
RTL4 kondigde het aan (dus is het waar): deze week keert Rik van de Westelaken terug bij het NOS-Journaal.
Dus kijk ik elke dag en volgens mij heb ik bijna alle uitzendingen gezien maar pas nu: daar is-ie!
Leuk hoor. Vertrouwd.
En hij wenst nog een Mooie Dag ook.
Wel ziet hij er moe uit, vind ik.
Maar dat zal wel bijtrekken.
[z’n haar zit in ieder geval erg goed]
Kingman, AZ
Applaus
We (nou ja) hadden het hier laatst over of je (=ik) bravo wou.
In mijn geval voor wat ik schrijf.
Kim (mn) zei: onzin. Je doet wat je doet en het is je werk (wat hier en op Fanlog eigenlijk niet zo is maar ok). En iedereen die z’n werk doet moet niet zeuren om ‘bravo’.
Ik luister de laatste dagen vaak naar de musical Applause met Lauren Bacall.
Er zit een liedje in (en volgens mij zit dat in veel meer musicals en films – Chorus Line?).
Over dat wanneer je optreedt en je hoort applaus: dat er dan iets met je gebeurt.
Dat wil je nog eens, dat wil je vaak. Dat heb je nódig.
Ik denk niet dat ik het nog nodig heb.
Eigenlijk kreeg ik het nooit erg vaak.
Wel een paar prijzen (met als meest ergerlijke de twééde prijs waar ik vond dat ik de eerste had verdiend).
Maar ik schreef vooral in de Volkskrant terwijl mijn omgeving NRC las.
Dat leverde dus zeer zelden: ‘goh, wat een goed verhaal in de krant van gisteren’ op.
Enniewee.
Zo voor me uitzeurend dacht ik: zou Lauren Bacall nog leven?
Antwoord: ja.
En vorig jaar woonde ze een feestelijke opening (film) bij.
Ik vind deze foto met veel reacties die neerkomen op: gatver oud wijf, jouw tijd voor een decolleté is al láng voorbij! Gruwel!
Met 1 reactie: ziet er toch niet gek uit voor in de tachtig.
Want inderdaad: ze is van 1924.
You go, Lauren!
(Applause, applause, applause!)
Woede
Woede – woede – woede raast door mijn ziel.
Ik kan het niet, aangedaan onrecht (door mij als zodanig gepercipieerd) van me laten afglijden omwille van lieve vrede en omdat ‘we’ nu eenmaal verder moeten en ach wat doet het ertoe.
Ik heb een (soort van) incasseringskussen en de klapjes daarop verdraag ik als wat een vrouw in het leven nu eenmaal overkomt.
Ik heb een zone erna met oprechte woede en ‘wat krijgen we nou en hoe haal je het in je stomme hoofd’ wat ik soms wat subtieler formuleer en dan is er nog gesprek mogelijk.
En ja, tuurlijk gebeurt het daarna nog tig keer dat ik tóch ‘ok, zand erover zeg’ maar dat zand is dan een dun laagje en gebeurt er nog eens iets dat mijn ziel pijnlijk raakt en (o shit!) nóg eens: dan is het over en uit.
Dat zuigt. Want eigenlijk houd ik niet van ruzie.
Maar ik houd nog minder van dat blijmoedige getrappel op mijn ziel door mensen die vinden dat ik daar maar tegen moet kunnen.
Collecte
De deurbel gaat, ik verwacht geen bestellingen en ook geen kadootje en inderdaad: een collecte.
Of ik iets “over” heb voor de Hersenstichting.
‘Over hebben’. Als in: ik bulk in het geld, heb óver en wil ik een beetje daarvan aan de Hersenstichting geven. Of in: wil ik een offer brengen voor dit goeie doel.
Natuurlijk heb ik iets ‘over’ (als ik niet iets ‘over’ had zou ik niet in een klein dorp wonen).
Bovendien: de Hersenstichting.
Dat is toch het goeie doel waarvan Rob Trip ambassadeur is?
Wanneer de vrouw alweer weg is fantaseer ik over hoe dit contact ook had kunnen verlopen.
“De Hersenstichting! Rob Trip! Mist u hem ook zo als presentator van het Radio 1 Journaal.”
En zij dan helemaal uit de zure plooi: “Rob Trip! Bent u ook zo’n fan? Zat u vroeger ook zo knus in uw donkere kamertje naar hem te luisteren terwijl hij Katie Melua voor ons draaide?”
Enzovoorts en zo niet verder.
Doen
Op een lijst gaat het over het te lijf gaan van je externe chaos (de stapeltjes).
Er komt veel ‘ik ook’ voorbij en een paar oplossingen.
Je hebt de ‘elke dag een taak en die ook afmaken’-mensen en de ‘als het me echt tot de lippen komt doe ik het heus wel’-mensen.
Iemand heeft in een boek (dus: verantwoord) gelezen dat als er van alles moet je datgene moet gaan doen wat je kunt opbrengen, anders wordt het toch niks.
Dit is wat ik zelf ook doe.
Zodat ik nu al dagen bezig ben met het leegruimen van planken in het magazijn, die boeken researchen en wat ik niet geweldig vind in een doos doen voor weg-geven.
Het schiet aardig op, met die planken (waarop dan weer dozen met in de Winkel ingevoerde boeken kunnen staan of dikke boeken op een rij).
Maar zo ziet mijn kamervloer er nu uit.
En dit is mijn bureau (een stukje ervan).
Jump! jump!
Buitenwereld
Het gaat niet goed met mij en de buitenwereld.
Ik heb 1 niet meer bij te leggen conflict (het zij zo) en sinds gisteren ook nog een nieuw conflict.
Iemand trapt nl opgewekt op mijn ziel (ze weet dat ze het doet maar het kan haar niet schelen omdat ze denkt dat ze gelijk heeft en haar punt wil scoren).
Mijn natuurlijke neiging is: wat denk je wel, wie denk je wel etc.
Maar dit keer (ik ken haar niet zo goed, dat is een verklaring) smoor ik mijn agressie in: het aanbieden van een kado.
Terwijl ik het doe denk ik al: krankzinnig.
Maar er nog een keer overheen mailen met ‘bij nader inzien…’ = raar.
Dus probeer ik dit idiote gedrag van mezelf te accepteren.
Dan is er op twitter nog iemand die de vloer met me aanveegt door te zeggen dat ik altijd kat op 60-minners. Wat onzin is maar ik zie die reactie pas bijna een uur nadat-ie geplaatst is en dan is er geen adrem sterk terugkomen meer bij.
Het leven zuigt dus.
En de buitenwereld – ik wou dat die niet bestond.
Niets te melden
Raar.
Er zijn dagen dat ik overloop.
Ik denk van alles, ik beleef ook iets (nooit zo verschrikkelijk veel) en er dringt mij iets tot het met woorden delen van mezelf met anderen.
Vandaag is niet zo’n dag.
Niet dat ik niet denk. Maar delen wil ik -even- niet.
Ik droomde nog wel wat leuks schiet me nu te binnen.
Ik droomde dat studenten journalistiek een eenmalig blad over voetbal wilden maken.
Onder mijn leiding. Omdat ze mij inspirerend vonden.
Ik meldde het aan mijn meest recente twittervriendin (ze vroeg of ik gedroomd had) en die dacht toen dat het zeker jongensstudenten waren, want dat zou de droom als leuke droom verklaren.
Maar het waren jongens én meisjes.
En er was iemand bij die vroeger les van me heeft gehad en die zei dat ik een prima docente was. Ben. Was.
Dat was wel leuk dus, die droom.
Yuma, AZ
Muziekenzo
Een voordeel van ‘geen tv die ik wil zien’ is dat ik muziek speel die op m’n PC staat.
Ik proef aan de net gedownloade 3 cd’s (z’n werk) Rod Stewart en ‘You wear it well’ draai ik wel 4x en dan ‘Handbags and gladrags’ om over te gaan op Dusty (her Majesty!) Springfield van wie ik de zoveelste ‘best of’ (en weer een andere) gisteren binnenhaalde.
Haar versie van 24 Hours from Tulsa!
Mooi, mooi, mooi!
Ik probeer me voor te stellen met wie ik in dat kleine, onooglijke motel iets moois zou beleven.
George Clooney? Robert Redford? Robert Downey jr? Bon Jovi? Maar die vliegen daar toch allemaal in een privé-jet overheen?
En stel dat 1 ervan daar was gestrand en mij zag parkeren met m’n SUV.
“And that is… when I saw her….” etc.
Komopzeg!
Verder gezapt naar Gary and the Pacemakers (wegens zo absurd jong dat het alleen maar jeugdsentiment is) en nu Gene Pitney.
‘Only love can break a heart’ – ach ja.
Mini
“Voorkom een depressie tijdens de recessie – lease een Mini.”
Ik hoor die reclame nu al weken maar ik snáp ‘m niet.
Niet alleen omdat ik me niet kan voorstellen dat ik mijn eigen depressies zou voorkomen door een Mini te leasen. Maar vooral door die spotjes die ze eraan vooraf hebben geplakt.
Het kind dat door zijn moeder alle slagers van de stad wordt langs gestuurd voor een plakje worst. Die moet hij dan bewaren waarna hij altijd worst moet eten op brood.
En dat andere spotje van de moeder die wanneer haar dochtertje 3 wordt de pop die de dreumes met sinterklaas kreeg nóg een keer inpakt. Wat het kind niet zou merken.
Eerst dacht ik: ze proberen op die manier aandacht te vragen voor zielige arme mensen.
Maar dat is niet logisch. Omdat er geen conclusie aan hangt.
Tenzij die conclusie echt is: als je geen geld hebt om je kind goed te eten te geven of een nieuwe pop te schenken op haar verjaardag moet je een Mini leasen.
Maar dat lijkt me dus zo raar.
Na hollen komt stilstaan
Een paar weken holde ik en holde ik vanwege het grote aantal bestellingen waarvan een deel ook nog eens uitgebreid was (10-20 artikelen).
Nu moet er nog 1 bestelling worden betaald (een Taz-poppetje van een paar Euro, te verzenden als pakketpost, ik heb er een hard hoofd in). En iemand (een niet-klant, een niet-bekende, zomaar iemand) mailt me of ik een bepaald boek dat ze te duur vindt in de officiële winkel (bol.com enzo) niet goedkoop voor haar kan verzorgen. Nee, dat kan ik niet maar zoeterd dat ik ben zoek ik het wel even voor haar op bij de concurrentie.
Te verkopen valt er dus niets zodat ik maar een krat boeken uitzoek op wat ik houd en wat ik weggeef. (Mocht je al een tijdje iets willen bestellen in de Winkel van Jeanne maar dacht je dat ik het te druk had: dit is een mooi moment)
Yuma, AZ
Spijt
Een onderwerp in het boek van Emma Brunt is: ergens spijt van hebben.
Zowel spijt van wat je wel hebt gedaan als van wat je niet hebt gedaan.
Ja, ik heb spijt.
En ik snap mezelf die het deed maar wou nu dat ik het niet had gedaan.
Terug in de tijd.
Ik had hennen met kuikens, lieve, jonge kuikens.
Die zaten ergens in de tuin.
En een egel ging midden in de nacht als stormram zo’n hen te lijf.
Zij krijsen, kuikens krijsen.
Kuikens deels in de vijver, deels doodgebeten door egel (die ze niet eens allemaal opat, maar wel dood beet).
Ik maakte dat een aantal keren mee.
Redde kuikens uit de vijver, warmde ze op onder een lamp, zette ze terug bij de moeder die ze soms niet accepteerde zodat ze toch dood gingen.
En toen, op een nacht, werd ik wildwoest op de egel die dit allemaal veroorzaakte en sloeg ik hem met een schepje op z’n kont.
Pets-pets!
Niet dodelijk hard. Alleen maar pets-pets!
Omdat ik de wanhopige kip zo zielig vond. En de dode kuikens.
Ik snap het nog steeds van mezelf. Maar een stuk minder dan tóen.
Ik heb er nu spijt van.
O got
Er zijn drie vrouwen die ik al een tijd had moeten/willen mailen.
‘Moeten’ omdat ik in een contact te lang niets liet horen (ik was aan de beurt, er kwamen ook herhaalde ‘hoegaathet’-vragen).
‘Willen’ omdat ik die contacten wil behouden.
Intussen heb ik bedacht dat ik 1 ervan afschrijf.
Klinkt wat achteloos, het is anders.
De relatie was al wat doodbloedend van twee kanten – vandaar.
Resteren 1 en 2 of A en B.
X (kan ook nog) is een vriendin-van-heel-vroeger en we kennen elkaar in het hier en nu onvoldoende om makkelijk bij te praten: dat betekent dus écht ervoor-zitten en proberen alles dat mijn leven nu compliceert en wellicht ook vreugde geeft uitleggen.
Y is een virtuele vriendin en telkens wanneer ik tegen haar ook maar iets van aarzeling over Fanlog laat blijken zegt ze: stop ermee! stop ermee! stop ermee!
Zodat als ik haar nu zou mailen ik een moeizaam verhaal moet houden over ‘Fanlog zit me dwars máár…. dit betekent het voor me en ik wil het *niet* opheffen’.
Ook dat is niet een gezellig bijpraatmailtje.
Zodat ik ook vandaag niet bijpraat en contact bijhoud.
Zodat mijn schuldgevoel steeds erger wordt.
En mijn virtuele vriendschappen nog meer slinken.
Gezocht: slapende vrouwen (maar in elk geval 40-)
Het New Museum of Contemporary Art in New York zoekt vrouwen die per dag zeker zes uur willen slapen in het museum. Het gaat om een kunstproject van de Chinese kunstenaar Chu Yun.
De vrouwen moeten tussen de 18 en 40 jaar zijn en krijgen 10 dollar per (slaap)uur. Dat is 7,80 euro.
De directeur van het museum laat weten dat de kunstenaar de vrouwen zelf zal selecteren voor zijn installatie.
(Bron)
Emma is uit en te koop
Emma Brunt is uit en ik ben totaal depri.
Ik weet niet hoe je je voelt als je dit boek leest terwijl je in een stralend humeur bent, maar wanneer je even toch al niet zo stevig in het leven staat is dit niet de meest opwekkende lectuur.
Wel een prachtboek, vind ik.
Alleen dat geneuzel over oma zijn zegt me niets. Geen herkenning.
Behalve dan indirect met een getrouwde minnaar die opa werd en zijn verhalen vond ik toen ook giga gezeur.
Wat te doen met een gelezen prachtboek.
Haar ‘Een Rus over de vloer’ gaf ik destijds aan R.
Dit lijkt me niet echt een boek voor R. Te veel ‘vrouwenboek’.
Ik zet(te) het dus in de Winkel met een inhoudbeschrijving die ik van elders jatte.
Er staat bij dat het boek in ‘vrijwel perfecte’ staat is maar dat is vooral voor loglezers die denken: jamaar, dat heeft ze eerst zelf zitten lezen!
Wat waar is (dat lezen), alleen kan ik érg goed onzichtbaar lezen.
Dit boek ziet eruit alsof het vers uit het magazijn van bol.com komt, zo vers dat je het zelfs aan iemand kado zou kunnen doen die dan *niet* zou zeggen: “mm, een tweedehandsje?”
Nog meer Emma
Op mijn kamer is het nu echt niet meer te harden (hierna vlucht ik weer weg) zodat ik beneden verder lees in Emma Brunt.
Soms moet ik erg om haar lachen.
Maar naarmate ik verder kom begin ik meer te begrijpen van de (jonge) recensente die in de Volkskrant schreef dat ze liever gelooft (gelooft) in het ’tut jezelf lekker op en alles komt goed’ van Joyce Roodnat.
Want Emma Brunt confronteert niet alleen met ‘ik kan geen man meer krijgen’. Ze confronteert ook met eenzaamheid en paniek. Met het vege teken van niet goed voor jezelf als lichaam zorgen (niet koken). Met het andere vege teken van troep in huis.
Wat ik wel raar vond was de foto op de omslag: ze hééft het wel over vellen die opeens over je ogen hangen maar die zie ik daarop niet. Haar ogen zien er mooi helder uit. Zou een beetje make-up echt wonderen doen? Of is dit phtoshop?
Het is ‘je ogen laten doen’ weet ik intussen. Slurpslurp vet wegzuigen uit de vellen er boven en strak trekken van de wallen eronder.
Een operatie die ze geestig beschrijft, maar toch.
Ze heeft ‘m toch maar laten doen.