“De weg is nog lang, maar als je maar doorloopt wordt-ie vanzelf kort…”
(ging over voetballen)
Over mezelf en andere dieren
“De weg is nog lang, maar als je maar doorloopt wordt-ie vanzelf kort…”
(ging over voetballen)
Ik mocht uitslapen, lag tussen half vier en half zes wakker (dit is géén droom) maar toen kreeg ik een rondleiding door mijn ziel.
Eerst ontmoette ik allerlei mensen uit ‘vroeger’. Die aardige dingen zeiden over ik van vroeger. Zoals dat ik in de commissie die ik met ruzie heb verlaten 1 van de beste krachten was (jammer dat ze me dat destijds niet zeiden en me smeekten te blijven).
Ik ging in mijn eentje naar een concert in Amsterdam. Tenminste: dat wou ik. Maar opeens was het mooi weer en besloot ik te gaan lopen naar mijn kamer aan de Weesperzijde, de kamer die ik altijd heb aan-gehouden als pied à terre (dit zit vaker in mijn dromen maar is niet waar).
Het was een prachtige wandeling, ik genoot van de stad. Alleen bedacht ik opeens: ik heb daar niets te eten. Laat ik dus in elk geval brood, eieren, thee en sap kopen.
Ik liep een supermarkt binnen. Eerst snapte ik niet hoe de wagentjes werkten (ze moesten in elkaar gezet). Toen bleek mijn portemonnee gerold. Máár ik had van iemand een bankpasje gekregen met een afbeelding van Navratilova erop. Alleen: dat deed het niet.
Waarna een man medelijden met me kreeg en me een biljet van 20 Euro gaf. En nee, hij hoefde het niet terug.
Dwars hier doorheen blijk ik bij een groep populaire mensen te horen. De meesten veel jonger dan ik.
Het is me een raadsel waarom ze me accepteren als 1 van de groep.
En eigenlijk hoor ik er ook niet écht bij. Maar ik mag rondhangen.
(dit slaat denk ik op de Twitteraars)
Alleen zijn daar ook (andere) mensen die ik ken van vroeger die mij vragen wat ik ben gaan doen. Wat er van mij geworden is. Ik had toch zoveel talent. Ik was zo goed op weg, ik ging het toch helemaal máken.
Rotvragen vind ik dat altijd. Irl en ook in de droom.
Wat moet ik zeggen? Maar de man tegenover me (die het wél heeft gemaakt) merkt dat ik me rot voel onder zijn vragen en begint over iets anders.
Dat was het en ik stond op.
Vroege Vogels aan. Die bij Stichting Aap waren. Leuk.
* pinguïns in de Winkel zetten (proberen of ik dat vandaag af kan krijgen)
* pakje inpakken voor klant
* mailen naar
– ED
– IM
* opruimen (om op gang te komen zelf kiezen wát)
– tafel beneden
– tafeltje naast bank beneden
– badkamer
– bureau
– troep rechts van mijn bureau op de grond
– aanrecht
* een boek lezen en/of VN bladeren
Voor wie zo moest lachen om de stukjes over mijn verjaardag-from-hell heb ik nog 1 anecdote.
Begin oktober, amper geland uit heerlijk Arizona, zag ik al aankomen dat deze verjaardag er niet 1 zou zijn waarop ik zou worden overladen met attenties laat staan kadootjes.
Logisch aangezien ik geen koffie met gebak tracteer.
Dus dacht ik: ik geef mezelf een kado.
Ik bestel een wijnverrassingspakket dat op mijn verjaardag aankomt.
(“Hé, de postbode belt aan, wat zou er zijn – verrassing! Een doos met zes flessen kostelijke wijn, leuk, zeg!”)
Ik leg dit uit aan het wijnbedrijf en ik maak 75 Euro over.
Zodat de wijn op 19 *oktober* wordt bezorgd. En “dat was niet de bedoeling,” mail ik en “ik ben teleurgesteld”. En “ik keek alleen naar de 19″ is de reactie (hoewel ik het allemaal omslachtig had uitgelegd) en: “sorry!”
En eerst denk ik: wat naar voor het bedrijf dat het zich nu rot voelt (want dat zei het bedrijf).
Maar toen dacht ik: verdomme, ik plaats een bestelling met duidelijke uitleg, en eigenlijk héb ik niks met dure wijn, ik proef het niet eens dus het ging écht alleen om het gebaar.
Ik baal dus echt dat het pakket op 19 oktober al in m’n gang staat.
“Nou já, zeg!” mailt de leverancier terug. “Ik zei toch al sorry? Wat kan ik dan nog meer doen?”
Ik zou wel wat hebben kunnen bedenken maar ach, als iemand dat niet kan – dan niet.
Dus denk ik: maak ik toch gewoon dat pakket open op 19 november.
Niet gedaan. Omdat het pakket niet doet wat het had moeten doen: feestje op mijn verjaardag.
En zoals gezegd: wat moet ik met dure wijn.
(behalve die van buurvrouw L. waarvan ik elk jaar op mijn verjaardag 1 fles krijg – die wordt erg gewaardeerd)
Vandaag heb ik alle pinguïns bewerkt en in de database gezet. Nu moeten ze in de Winkel. Voorzien van vrolijke ‘koop-mij’-tekstjes en een leuke prijs.
Leuk voor mij (natuurlijk) maar nét te behappen voor de gretige pinguïns-verzamelende klant. En zo acceptabel dat die bij uitpakken niet denkt: nou ja! En hiervoor vroeg ze X Euro’s? Schande!
Prijzen van boeken wijzen vaak zichzelf. Even kijken wat de concurrentie doet en daar nét onder gaan zitten.
Bij beeldjes en pluche van pinguïns valt dat niet mee.
Want wat geeft een klant voor een knuffel die niet in perfecte staat is maar wel heel ‘lief’.
En is ze bereid te dokken voor een speeldoos die ‘You light up my life’ speelt waarop twee pinguïns langzaam ronddraaien en ronddraaien en ronddraaien.
Hopelijk wordt die ook elders op het net aangeboden zodat ik houvast heb.
Toen stuitte ik op mijn ene opruimopdracht van de dag en koos (slap) voor de makkelijkste: het kleine tafeltje beneden. Dat was rap opgeruimd wat het extra raar maakt dat het al sinds ik terug ben uit Amerika een bende was.
Op dat tafeltje lag ook het 24-kaartspel. Dat ik toen meteen maar in de Winkel heb gezet.
En tot Winkeltip benoemd.
Ik heb vandaag hard gewerkt.
Ik heb veel te weinig gedaan.
Ik ben niet erg gelukkig.
Ik ben ook niet ongelukkig.
Ergens vannacht word ik wakker, weet zeker dat het dadelijk zondag is, zie dat de wekker staat op ‘straks afgaan’ en druk die op ‘uit’.
Aangezien zondag de enige dag is dat ik niet vroeg op hoef.
O nee, tis záterdag, realiseer ik me dan.
Wekker weer aan.
En ik weet niet hoe het komt maar die dag valt half zeven op me altijd zwaarder dan door de week half zes.
Alsof ik het nu wel gehad heb met de plichten. Ik heb dan ook helemaal geen zin.
Zodat ik met weinig belangstelling wat onderwerpjes van het Radio 1 Journaal errug kort noteer en besluit dadelijk een overzichtstukje te schrijven.
Dat moet het voor vandaag maar zijn.
Straks ook een te-doen-lijstje maken en mezelf bij de haren uit mijn eigen chaos trekken.
Iemand mailt me dat ze hoopt dat ik niet boos word maar dat ze mijn stukjes over mijn verjaardag-from-hell hilarisch vond.
Ik word niet boos.
Eerlijk gezegd vind ik ze, teruglezend, ook wel leuk.
En ik zou willen zeggen dat ik bewust een soort humor ten koste van mezelf erin legde maar dat was niet zo.
Goed geschreven zijn ze wel.
Zodat ik soms stiekem denk: stel dat iemand die een baan te vergeven heeft me leest. Stel dat die ziet hoe goed ik schrijf.
Maar dat overkomt alleen jonge mooie meiden (Merel Roze, Maroesja).
Dat overkomt niet een vrouw die worstelt met haar gewone zijn en haar niet meer begeerd zijn en haar werk-zijn en nog veel meer. Een vrouw die: acht-en-vijf-tig is.
Intussen (kwa update) heb ik nog steeds geen enkele reactie van degenen die ik tijdens mijn “ik voel me ellendig”-bui mailde dat ik graag aandacht wou.
Wat bij 1 ervan niet zo raar is (die mailt wel vaker pas na een paar dagen) maar bij de ander is het zorgelijk.
Ik aarzel tussen 1) nou, dan niet 2) komt misschien nog 3) als dit hem afschrikt vindt-ie me niet (echt) aardig en 4) zal ik hem mailen om het uit te leggen resp. proberen weg te praten.
En ik neig het meest tot: schrappen uit mijn bewustzijn.
Want het is nu al twee dagen dat hij na smeek-smeek-ik-voel-me-klote geen aandacht gaf en het gaat hier niet om een ev lover maar ‘zomaar een man’ dus hoeveel door het stof hoef ik dan te gaan.
Niet méér, denk ik.
(al blijft het balen)
Ik heb geen idee of het iemand opvalt maar elke dag, even na middernacht, verschijnt hier een nieuwe foto-uit-Amerika.
Op zondag is dat een foto die te maken heeft met een kerk.
In-Amerika maak ik veel foto’s.
Soms kies ik een object heel bewust, meestal loop of rijd ik er tegenaan.
Dat laatste niet letterlijk. Zie het als: kom ik er rijdend bij in de buurt.
En dan zet ik de auto stil en neem foto’s.
Maar soms ook niet omdat dat in het verkeer niet kan of omdat het zo verdomde heet is buiten de auto dat ik denk: nu even niet.
Deze foto maakte ik vanuit de auto.
En al direct dacht ik: dit is niets.
Hem terugkijkend op het kleine schermpje op de camera dacht ik ook: dit is niets.
Pas nu zie ik dat er niet alleen iets vóór me was (de niet zo mooi gefotografeerde paardenkraal) maar ook iets áchter me – in de spiegel.
Toch best leuk.
Eerst vond ik ‘r helemaal niks, Lucella Carasso.
En ongeremd en kattig als ik kan zijn (‘kan’ – niet vaak, hoor…) schreef ik dat op Fanlog.
Niet 1x, niet 2x, niet 3x. Maar: vaak. Érg vaak.
Toen vond ik ‘r “nou, vooruit – als er niet aan haar valt te ontkomen kan ik met haar leven”.
Maar toen ze met zwangerschapsverlof ging en tijdens de lunchuitzending werd vervangen door Marcel Oosten en Joris van de Kerkhof was ik best blij.
Leuke jongens vind ik dat. Leuke presentatoren.
Toen hoorde ik Lucella een keer in het Oog (terugrijdend van de opera, anders ben ik niet zo laat op).
En dat was een heel andere Lucella. Veel minder opgejaagd meisje, veel meer ontspannen jonge vrouw. En eigenlijk is ze helemaal niet zo erg jong (midden 30), maar ze heeft een erg lichte stem dus klinkt jong.
Ik was onder de indruk.
Ik dacht: wat is ze goed. Wat weet ze veel. Wat beheerst ze haar vak.
Nu presenteert Lucella Carasso twee en soms drie keer per week de avonduitzending van het Radio 1 Journaal.
Een genoegen om naar te luisteren.
Helemaal op haar plaats.
Geestig soms.
En eindelijk denk ook ik: toen ze destijds die prijs voor Jong Talent kreeg, heeft die jury dat goed gezien.
Mij heeft het tijd gekost maar ik zie het nu ook.
En (belangrijker): ik hoor het. Ik hoor elke avond een fijne Radio 1 Journaal-uitzending.
Govert van Brakel of Lucella Carasso.
Moge het de NOS behagen om ook de ochtenden weer fijn te maken en om te beginnen die gruwelijke Michiel Breedveld terug te sturen naar z’n Haagse hok.
Waarom zitten er toch altijd zoveel irritante reclames rondom het Radio 1 Journaal.
Ik krijg wat van die Wouke van Scherrenburg met d’r kak-accent en d’r “o-ver-tol-li-ge likwiditeiten, ik wou dat ik ze had”.
Gelukkig zijn de machines-van-De-Groot (waarmee het allemaal dik voor mekaar komt) weer voorbij.
Ergens vannacht is het weer onstuimig geworden.
Hard kletterende hagel tegen het raam, ik warm in mijn bed, Guus bang daar onder.
In mijn woonkamer zie ik bij het opstaan: de vertrouwde lekkage aan de voorkant.
Ik leg kranten neer en mezelf erbij (wat ik wel een leuke tante B. vind).
Verder alles ok tot ik de voordeur uitstap.
Mijn klimplant-naast-de-voordeur (eigenlijk zijn het er twee die elkaar omstrengelen) is van de gevel losgewaaid. Wat vervelend is voor de plant en voor mij. Maar ook verkeer-hinderend.
Wat, laten we eerlijk zijn, in een dorp als dit reuze meevalt.
Vind ik. En vindt hopelijk ook het dorp.
“U bent lid van het CDA…” zegt Catrien Straatman tegen de vz van de coffeeshops.
“Tot 31 december” zegt de man. En ik denk: “Interessant! waarom zou hij zijn lidmaatschap hebben opgezegd.”
Maar Catrien babbelt vrolijk verder en vraagt niks.
Jammer, jammer.
Ik heb drie transistors die ervoor zorgen dat ik geen seconde radio hoef te missen.
Een staat op mijn werkkamer. Een in de keuken. En een in de badkamer die ik aan heb tijdens het douchen en ook wanneer ik in mijn magazijn ben want daarheen straalt hij prima uit.
Die laatste transistor is weg.
Zomaar. Opeens.
Sinds vanochtend.
Ik wil ‘m aandrukken en: geen radio.
Hoe kán dat nou.
Heb ik ‘m verplaatst? Ik kan het me niet herinneren.
Was er een insluiper? Maar waarom zou die dan dít stelen.
Een geest? (bibber)
Of wil iemand me gewoon gek maken?
Puinruimend na mijn raaskallend om me heen smijten van ellende.
H. (goh, wie zou dát nou zijn) was vergevingsgezind.
Anderen gaven geen sjoege.
Ook zat ik de hele dag nerveus mail binnen te halen bang dat de twee doelwitten van mijn ‘je hebt m’n verjaardag vergeten – snik’ zouden reageren met “nou ja, zeg! Wie denk je dat je bent? Wie denk je dat je in mijn leven bent?”
Ze reageerden niet. Allebei niet.
Opluchting. Eerst.
Tot ik net de mailtjes, mijn eigen mailtjes, nog eens terug las.
Bij target 1 was het echt een oja-btw-it’smybirthday.
Het drama dat er achter zat droop er echt niet doorheen.
FF ‘hey, geen idee – congratulations!’ mailen had deze X nou ook echt niet de kop gekost.
Bij target 2 was ik persoonlijker.
Opener, gekwetster.
Maar ook weer niet zó huilerig om de knieën geklemd smekend om aandacht als ik zelf even vreesde.
Maar misschien kwam het wel zo over.
Gotogot.
Contacten met andere mensen en ik – gedoe!
Klant bestelt drie blikjes/trommeltjes voor 13 Euro.
Ik heb veel meer trommeltjes want vroeger kocht ik ze enthousiast in.
Omdat ik ze vaak zelf leuk vind.
Omdat ik dacht dat er handel in zat.
Wanneer ik de bestelling bevestig aarzel ik even of ik klant zal mailen dat ik nog véél meer erg mooie trommeltjes heb. Die ik ev snel kan fotograferen. En dan voor (o, gruwel) ‘kleine prijs’ aanbieden.
Zodat klant gretig kopend misschien wel boven de 45 Euro komt waarna ik gratis verzend.
Maar, denk ik: van 13 naar 45 is een lange weg. En ook érg veel trommeltjes fotograferen voor ‘a private show’. Niet dus.
Zodat ik de bestelling alleen maar bevestig.
Waarna ik eerst de bounce binnen krijg van de automatische bevestiging. En een kwartier later die van de zelf gemaakte.
En er waren tijden dat ik dan iemand die voor 2 Euro had besteld nog per post een print ging toesturen maar die tijden zijn niet meer.
Wel zocht ik nog via het net naar deze klant – maar zonder succes.
Hij zal nu dus wel denken dat ik weer zo’n louche internetshopje ben.
Bij de meeste winkels in Yuma stellen ze geen prijs op broedende vogels.
Dus zetten ze scherpe spiesjes waar het lekker broeden is.
Dat helpt. Voor de meeste vogels. Niet voor allemaal.