Dinsdag was ik jarig.
Mijn verjaardag vier ik niet. Al ‘niet’ zolang ik me kan herinneren.
Lodewijk deed wel aan verjaardagen, ook aan de mijne.
Sinds hij dood is, ben ik er vanaf.
Helemaal te vermijden, is het niet.
Dus ‘onderga’ ik aardige gebaren.
Ik kreeg drie ansichten, 1 pakje met mooie kado’s.
En een taart die mijn overbuurvrouw, bij wie ik dinsdag ook een uur koffie heb gedronken, voor me had gebakken.
Wat er na het koffiedrinken over was van de taart, kreeg ik mee.
Dit is het restant.
Waarmee ik laat zien: de verjaardag is nu dus écht voorbij.
Al valt er vandaag nog wel te smikkelen.