Bij de uitgang van het dorp ligt een tuinderij, met kassen die afhankelijk van weer en groei, open en dicht kunnen. Soms staan er bloemen, ook wel eens tomaten en nu dus pioenen.
De tuinder heeft op de hoek van de weg een karretje geplaatst, waar je zelfbedienend de pioenen kunt kopen. Er staat een blikje met een gleuf voor het geld. Omdat het karretje er steeds staat, zal dat geldblikje kennelijhk gevuld worden én er blijven staan.
En zo staan ze opengeklapt en al ietsjes over hun top in de vaas, een mengsel van wellust en weemoedigheid.
R
Klaarblijkelijke investering, maar (klasse!): eerbetoon aan vergane glorie….