De vrouw van het huisje in Blanding mailt me: ze zal uitzoeken of ze voor het huisje WiFi kan regelen.
Geef ik haar een paar weken?
Die geef ik haar.
Graag zelfs.
Want na al maanden surfen langs resorts en appartementen met giga lederen meubelen die me erg tegenstaan, denk ik: dit optrekje zou me heel goed kunnen bevallen.
Ik denk opnieuw aan de keer dat ik eerder in Blanding was (een plaatsje van niks trouwens).
En dan mn aan die ene wandeling.
Een heel simpele.
Eerst tegen een rots(je) opklimmen en toen een wei aan het eind waarvan (na een half uur?) weer een kleine klim en n贸g een wei en dat herhaalt zich.
Niet spectaculair, maar heel plezierig.
En telkens het gretige gevoel: wat zou er aan het eind van deze wei zijn?
Iets heel anders? Hetzelfde?
Ik denk: waar zou hij geweest zijn.
Zou ik hem nog een keer kunnen vinden.
Stel dat ik een heel klein stukje ervan zou lopen.
Half uur heen, en dan half uur terug.
Ik kijk op mijn reisboekenplank waar ooit zeker tien-vijftien gidsen met wandelingen in Utah stonden.
Niets.
O ja, schiet me te binnen.
Weggedaan toen Lodewijk dood was en ik dacht: ik ga daarheen n贸贸it meer terug.
Nu: spijt.
Ook omdat de meeste boeken van t贸en (20-30 jaar geleden) niet meer te krijgen zijn.
En wandelen in Utah is niet als op de Veluwe: volg de rode paaltjes en dan langs het pannekoekenhuis.
Geef een reactie